Zoals vermeld in de ‘Richtlijn logopedie bij de ziekte van Parkinson’ hebben parkinsonpatiënten met stemklachten door de rigiditeit van de stemplooien eerder een te hoge dan een te lage stem. De spreektoonhoogte van gezonde vrouwen is gemiddeld 212 Hz (95% BI 167 – 258) en van gezonde mannen 122 Hz (95% BI 78 – 166) 1, maar de spreektoonhoogte in Hertz is niet zonder apparatuur vast te stellen. De optimale spreektoonhoogte, gemeten bij gezonde personen, is vijf semitonen boven de laagst produceerbare toon 2. Bij parkinsonpatiënten is een subjectieve beoordeling van de toonhoogte voldoende en bepalen factoren als vermoeibaarheid, werking medicatie, uitvoerbaarheid en leerbaarheid mede wat de optimale spreektoonhoogte is.


Het instellen van de doelfrequentie kan het best als volgt worden gedaan.

  • Vraag de patiënt een glijtoon van hoog naar laag te maken op een /a:/ en motiveer de patiënt om tot een zo laag mogelijke toon te komen. 
  • Luister of de lage stem niet te geforceerd klinkt en corrigeer zo nodig.
  •  Wanneer de patiënt een ontspannen laag en helder stemgeluid laat horen vraag je de hem om op die toonhoogte een /a:/ aan te houden. Maak een inschatting van de toonhoogte, open de instelling ‘frequentie’ en stel een bijpassende minimale en maximale frequentie in. Dat wil zeggen als u inschat dat het kwalitatief beste stemgeluid van de /a:/ op ongeveer 115 Hz gemaakt werd (mannelijke patiënt), kiest u voor een minimale waarde van 90 Hz en een maximale waarde van 140 Hz. Er wordt namelijk een range van 50Hz (bij mannen) tot 60Hz (bij vrouwen) aangeraden om te zorgen dat intonatie zichtbaar blijft en de stip toch niet extreem snel over het beeldscherm beweegt. 
  • Laat de patiënt vervolgens weer op dezelfde toonhoogte een /a:/ aanhouden. Staat de stip boven in het scherm, dan moeten de minimale en maximale frequentie hoger worden ingesteld; staat de stip onder in het scherm, dan moeten de minimale en maximale frequentie lager ingesteld worden. Dat gaat het beste in stappen van 10 Hz.